In juni 2005 reisden Bertje en ik op de Zijderoute en belandden we in Kashkar, een van de belangrijkste steden op de route en de eerste Chinese stad op onze trip.
Onmiddellijk viel ons de tegenstelling op tussen de bewoners van de historische stadskern en die van de omliggende heuvels. In de stadskern woonden overwegend Turkssprekende Oeigoeren, de oorspronkelijke bevolking. In de buitenwijken – volledig op zijn Amerikaans met supermarkten en een soort stalinistische architectuur woonden hoofdzakelijk Han-Chinezen. De economische tegenstelling viel direct op.
Met veel handwerk en enkele woordjes Engels – ons Turks en Chinees is onbestaand – meenden we te begrijpen dat de Han-Chinezen in grote getallen gedwongen waren om zich daar te vestigen. Iets wat nu, vier jaar later, door de omstandigheden lijkt bevestigd.
Zowel met de Han-Chinezen als met de Turkse Oeigoeren hadden we een tamelijk goed contact. Bertje had veertien dagen daarvoor ergens in Kirgistan haar pols gebroken. Haar linkerarm was volledig in de plaaster en dit grote nieuwsgierigheid en jolijt van alle bevolkingsgroepen. Maar daardoor was het ijs vlug gebroken.
Kashkar is prachtig en schilderachtig. De overheid doet moeite om zoveel mogelijk te restaureren, maar naar onze normen is het nogal een “harde” restauratie, met alle gevolgen vandien.

- wachtend in eigen land

- op de markt – alleen bezocht door Turken

De Han-Chinezen in de oude binnenstad van Kashkar

Toch nog communicatie tussen de groepen?

In de oude stad wonen de Turken, de Han -Chinezen zitten in de nieuwe wijken.

Kashkar : stadsplein met moskee

geen super-of hypermarkten voor de Turken

in de historische moskee van Kashkar
0 Reacties tot “oigoeren in China”